1 Kronieken
Inleiding 1 David maakt Salomo koning 2-5 Telling van de Levieten 6-23 David verdeelt de Levieten in afdelingen 24-32 De taak van de Levieten
Inleiding

In de laatste maanden van zijn leven maakt David alles gereed voor het huis van God en de dienst daarin:
1. Materialen voor de tempel in 1 Kronieken 22.
2. Levieten voor de tempel in 1 Kronieken 23.
3. Priesters voor de tempel in 1 Kronieken 24.
4. Zangers voor de tempel in 1 Kronieken 25.
5. Poortwachters en schatbewaarders voor de tempel in 1 Kronieken 26.
6. Beambten in zijn rijk in 1 Kronieken 27.
7. Plannen voor de bouw van de tempel in 1 Kronieken 28.
8. Laatste voorbereidingen voor de tempel in 1 Kronieken 29.


David maakt Salomo koning

1Toen David oud en verzadigd van dagen was, maakte hij zijn zoon Salomo koning over Israël.

David gaat de dienst van de priesters en de Levieten helemaal reorganiseren en op een totaal ander plan brengen. Maar eerst stelt hij Salomo tot koning in zijn plaats aan. Hij weet dat zijn taak erop zit (vgl. 2Tm 4:66Want ik word al als een drankoffer uitgegoten en de tijd van mijn heengaan is aangebroken.; Gn 50:2424En Jozef zei tegen zijn broers: Ik ga sterven, maar God zal zeker naar jullie omzien en jullie uit dit land laten trekken naar het land dat Hij gezworen heeft aan Abraham, Izak en Jakob.). Het is goed dat wij, als onze taak erop zit, onze dienst overdragen aan jongeren die daar klaar voor zijn. We zien dat bijvoorbeeld bij Paulus en Timotheüs, bij Mozes en Jozua, bij Elia en Elisa. Dat gebeurt bij ons niet door een of andere officiële overdracht, maar door een jonge gelovige te stimuleren tot een bepaalde taak en daarbij onze hulp te geven.

De beschrijving van de overdracht van de troon door David aan Salomo is hier anders dan in 1 Koningen. In 1 Koningen wordt Salomo koning als reactie op hen die zich het recht op de troon aanmatigden en moet David overreed worden om Salomo koning te maken (1Kn 1). Van dat alles zien we hier niets. Hier maakt David naar zijn soevereine wil, vanuit Gods raad, Salomo koning.


Telling van de Levieten

2En hij verzamelde alle leiders van Israël, de priesters en de Levieten. 3Toen werden de Levieten geteld, van dertig jaar oud en daarboven; en hun aantal [bedroeg], hoofd voor hoofd, achtendertigduizend man. 4Vierentwintigduizend van hen waren er om toezicht te houden op het werk in het huis van de HEERE, zesduizend beambten en rechters, 5vierduizend poortwachters en vierduizend lofzangers [tot eer] van de HEERE, met instrumenten die ik, [David,] gemaakt heb om te prijzen.

Na zijn voorbereidingen voor de bouw van de tempel, de materialen die hij daarvoor heeft klaargelegd, gaat David nu zaken regelen die te maken hebben met de dienst in de tempel. De hele orde die David instelt voor het huis, is een beeld van wat Christus doet ten aanzien van Zijn huis, de gemeente. Hij begint met de telling van de Levieten. Zij doen dienst van hun dertigste jaar tot hun vijftigste jaar (Nm 4:1-41De HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron:2Neem het aantal op van de nakomelingen van Kahath, uit het midden van de nakomelingen van Levi, [ingedeeld] naar hun geslachten [en] naar hun families,3van dertig jaar oud en daarboven, tot vijftig jaar oud, ieder die tot de dienst verplicht is, om het werk in de tent van ontmoeting te verrichten.4Dit is de dienst van de nakomelingen van Kahath in de tent van ontmoeting: [de zorg voor] het allerheiligste.). De Heer Jezus begon Zijn openbare dienst toen Hij “ongeveer dertig jaar oud” was (Lk 3:2323En Hij, Jezus, begon ongeveer dertig jaar oud te worden, en was, naar men meende, een Zoon van Jozef, de [zoon] van Eli,).

Er zijn er die toezicht houden op het huis van de HEERE. Anderen zijn rechters en opzieners. Weer anderen zijn poortwachters. Ten slotte zijn er de zangers voor wie hij muziekinstrumenten heeft laten maken (vgl. Am 6:55[u,] die vrolijk zingt onder het geklank van de luit
– zoals David hebben zij voor zichzelf muziekinstrumenten uitgedacht –
)
. De grootste groep, vierentwintigduizend van de in totaal achtendertigduizend Levieten, helpt de priesters bij het brengen van de offers.

Wat Joab bij de telling van het volk niet heeft gedaan – de Levieten tellen (1Kr 21:66Levi en Benjamin telde hij echter onder hen niet, want Joab had een afschuw van het woord van de koning.) – doet David hier zelf. Dit keer telt hij met goede motieven, want het gaat nu om dienst aan de HEERE. Bij de telling aan het begin van de woestijnreis zijn er ruim tweeëntwintigduizend Levieten (Nm 3:41-4341En neem voor Mij de Levieten – Ik ben de HEERE – in plaats van alle eerstgeborenen onder de Israëlieten, en het vee van de Levieten in plaats van alle eerstgeborenen onder het vee van de Israëlieten.42Mozes telde, zoals de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de Israëlieten.43Het aantal namen van alle mannelijke eerstgeborenen van één maand oud en daarboven, overeenkomstig degenen van hen die geteld waren, was tweeëntwintigduizend tweehonderddrieënzeventig.), nu zijn er achtendertigduizend.

Ze krijgen allen hun plaats toegewezen (verzen 4-54Vierentwintigduizend van hen waren er om toezicht te houden op het werk in het huis van de HEERE, zesduizend beambten en rechters,5vierduizend poortwachters en vierduizend lofzangers [tot eer] van de HEERE, met instrumenten die ik, [David,] gemaakt heb om te prijzen.), zodat iedere beschikbare hand kan worden ingezet en elk onderdeel van het werk kan gebeuren, met de daarbij behorende zorgvuldigheid. Het grote aantal is een bijdrage aan de eer van Hem ten dienste van Wie zij staan. Meer dan twee derde deel, vierentwintigduizend, moet op het werk in het huis van de HEERE toezicht houden. Zij staan de priesters bij in het slachten van de offers, het wassen, snijden en verbranden ervan, het verwijderen van vuil, het schoonhouden van het tempelgerei en het alles op zijn plaats houden.

Ook zijn er zesduizend opzieners en rechters. Zij zien toe dat in het land alles gaat naar het recht van de HEERE. Zij passen Gods wetten toe in het leven van het volk van alle dag als zich geschillen voordoen. Verder zijn er vierduizend poortwachters. Zij moeten erop toezien dat niets de tempel binnengaat wat er niet binnen hoort te gaan. In het nieuwe Jeruzalem zijn zij niet nodig (Op 21:25-2725En haar poorten zullen overdag geenszins gesloten worden, want geen nacht zal daar zijn.26En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties tot haar brengen.27En geenszins zal iets onheiligs binnengaan, noch wie gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam.). Ten slotte zijn er vierduizend zangers. Zij prijzen de HEERE.


David verdeelt de Levieten in afdelingen

6En David verdeelde hen in afdelingen, [ingedeeld] naar de zonen van Levi: Gerson, Kahath en Merari. 7Van de Gersonieten: Ladan en Simeï. 8De zonen van Ladan waren Jehiël, het hoofd, Zetham en Joël; drie. 9De zonen van Simeï waren Selomith, Haziël en Haran; drie. Dat waren de familiehoofden van Ladan. 10De zonen van Simeï waren Jahath, Zina, Jeüs en Beria – dat waren de zonen van Simeï; vier. 11Jahath was het hoofd en Ziza de tweede [man]. Maar Jeüs en Beria hadden niet veel zonen; daarom waren zij [één] familie, één ambtsgroep. 12De zonen van Kahath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziël; vier. 13De zonen van Amram waren Aäron en Mozes. Aäron werd afgezonderd om de allerheiligste dingen tot in eeuwigheid te heiligen, hij en zijn zonen: om reukoffers te brengen voor het aangezicht van de HEERE, om Hem te dienen en in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen. 14Wat betreft Mozes, de man Gods: zijn zonen werden genoemd onder de stam Levi. 15De zonen van Mozes waren Gersom en Eliëzer. 16Van de zonen van Gersom was Sebuel het hoofd. 17De zonen van Eliëzer waren: Rehabja, het hoofd, maar Eliëzer had geen andere zonen; van de zonen van Rehabja waren er echter buitengewoon veel. 18Van de zonen van Jizhar was Selomith het hoofd. 19De zonen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziël de derde, en Jekameam de vierde [man]. 20De zonen van Uzziël: Micha was het hoofd en Jissia de tweede [man]. 21De zonen van Merari waren Maheli en Musi; de zonen van Maheli waren Eleazar en Kis. 22Maar Eleazar stierf en had geen zonen, [alleen] maar dochters; en de zonen van Kis, haar neven, namen hen [tot vrouw]. 23De zonen van Musi waren Maheli, Eder en Jeremoth; drie.

De verdeling van de Levieten in afdelingen in dit gedeelte is om het overzicht te houden en ook dat niemand zich aan zijn taak kan onttrekken. “God is niet [een God] van verwarring maar van vrede” (1Ko 14:33a33Want God is niet [een God] van verwarring maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.). Een goede verdeling van taken bevordert de vrede. De toepassing voor ons is niet een kwestie van menselijk organiseren, maar dat wij acht geven op de Heilige Geest “Die aan ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil” (1Ko 12:1111Maar al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil.; vgl. 1Ko 12:1818Maar nu heeft God de leden, elk van hen, in het lichaam gesteld zoals Hij heeft gewild.). Er is ook zorg als een familie klein is (vers 1111Jahath was het hoofd en Ziza de tweede [man]. Maar Jeüs en Beria hadden niet veel zonen; daarom waren zij [één] familie, één ambtsgroep.). Dan mogen families samenwerken.

De omschrijving van de taak van de Levieten (vers 1313De zonen van Amram waren Aäron en Mozes. Aäron werd afgezonderd om de allerheiligste dingen tot in eeuwigheid te heiligen, hij en zijn zonen: om reukoffers te brengen voor het aangezicht van de HEERE, om Hem te dienen en in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.) is veel omvangrijker, want de taak van de priesters is groot aan inhoud. In de eerste plaats moet de priester zorgen voor de heiligheid van de allerheiligste dingen. Dit vraagt een constante omgang met de heilige God. Vervolgens brengt hij reukoffers, dat ziet op de gebeden (Ps 141:22Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen [als] het avondoffer zijn.
)
. Het is zijn voorrecht de HEERE te dienen, wat geldt voor zijn hele leven en bijzonder in het heiligdom. Daarvoor is hij priester. Een priester is op God gericht. Alleen daardoor is hij in staat om anderen buiten het heiligdom in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen”. Zijn dienst is een zaak voor zijn hele leven; het zegenen in de Naam van de HEERE is een zaak die voor de eeuwigheid wordt gedaan. Samengevat zien we dat priesters heiligen, offeren, dienen en zegenen.

Voor ons betekent het dat wij allereerst een heilig leven moeten leiden. Dat is nodig willen wij een juist besef van de allerheiligste dingen hebben. Dat brengt ons ertoe offers te brengen aan God en ons hele leven dienstbaar te zijn aan Hem. Dat is niet beperkt tot de gemeentelijke samenkomst. De oproep is dat wij “voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is [de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden” (Hb 13:1515Laten wij <dan> door Hem voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is [de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden.). Het is zelfs zo, dat wij zelf een levend offer behoren te zijn (Rm 12:11Ik vermaan u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat u uw lichamen stelt tot een levende offerande, heilig, voor God welbehaaglijk, [dat is] uw redelijke dienst.), terwijl ook de resultaten van de priesterdienst worden genoemd, omdat die resultaten aan God worden gebracht (vgl. Rm 15:1616dat ik een dienaar van Christus Jezus zou zijn voor de volken, om het evangelie van God priesterlijk te bedienen, opdat de offerande van de volken welgevallig zou zijn, geheiligd door [de] Heilige Geest.).

Aan ons priesterschap zijn twee aspecten. Het ene aspect is het geestelijk priesterdom, waarbij wij geestelijke offers brengen aan God in het hemelse heiligdom. Het andere aspect is het koninklijk priesterdom, waarbij wij met zegen voor de mensen om ons heen uit het hemelse heiligdom komen (1Pt 2:5,95en u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus.9U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een volk tot een eigendom, opdat u de deugden verkondigt van Hem Die u uit [de] duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht,).

We moeten onze priesterlijke taak dan ook niet beperken tot de eredienst op zondag. Ons hele leven moet eredienst zijn. Alle gelovigen zijn geroepen tot deze priesterdienst. Als we niet tot een dergelijke dienst komen, ligt de oorzaak daarvan vaak in verhinderingen die we aan onszelf te wijten hebben of vanwege onkunde of verkeerd onderwijs.

Mozes wordt “de man Gods” genoemd (vers 1414Wat betreft Mozes, de man Gods: zijn zonen werden genoemd onder de stam Levi.; Dt 33:11Dit nu is de zegen waarmee Mozes, de man Gods, de Israëlieten gezegend heeft, vóór zijn dood.; Ps 90:11Een gebed van Mozes, de man Gods.
Heere, Ú bent ons een toevlucht geweest
van generatie op generatie.
)
. Deze bijzondere titel betekent niet dat zijn zonen de status van priester krijgen. Zij zijn ‘gewoon’ Levieten (verzen 15-1715De zonen van Mozes waren Gersom en Eliëzer.16Van de zonen van Gersom was Sebuel het hoofd.17De zonen van Eliëzer waren: Rehabja, het hoofd, maar Eliëzer had geen andere zonen; van de zonen van Rehabja waren er echter buitengewoon veel.).


De taak van de Levieten

24Dit zijn de nakomelingen van Levi [ingedeeld] naar hun families, de familiehoofden, overeenkomstig het aantal namen van hen die geteld waren, hoofd voor hoofd, om het dienstwerk van het huis van de HEERE te doen, van twintig jaar oud en daarboven. 25Want David had gezegd: De HEERE, de God van Israël, heeft Zijn volk rust gegeven, en Hij zal in Jeruzalem wonen tot in eeuwigheid. 26Ook wat betreft de Levieten: zij behoeven de tabernakel niet [meer] te dragen, en evenmin al de bijbehorende voorwerpen voor de dienst daarin. 27Volgens de laatste woorden van David werd het aantal Levieten immers [berekend] van twintig jaar oud en daarboven, 28want hun plaats was naast de nakomelingen van Aäron in de dienst van het huis van de HEERE [met het opzicht] over de voorhoven, over de voorraadkamers en over de reiniging van ieder heilig voorwerp, [over] het dienstwerk in het huis van God, 29en over het uitgestalde brood, de meelbloem voor het graanoffer, over de ongezuurde platte koeken, over de bakplaat, over het beslag en over iedere inhoudsmaat en lengtemaat. 30Vervolgens [moesten zij] elke morgen, en eveneens in de avond, [gereed]staan om de HEERE te loven en te prijzen, 31en [ook] bij het brengen van alle brandoffers voor de HEERE, op de sabbatten, de nieuwemaansdagen en de feestdagen, voortdurend voor het aangezicht van de HEERE [staan] in een aantal zoals voor hen bepaald was. 32Zo moesten zij [hun] taak ten behoeve van de tent van ontmoeting vervullen, en [hun] taak ten behoeve van het heiligdom en [hun] taak ten behoeve van de nakomelingen van Aäron, hun broeders, in de dienst van het huis van de HEERE.

We zien iets van de bijzondere autoriteit die David bezit om de Levietendienst te regelen. Hij trekt nog eens vijf jaar af van de leeftijd die al eerder door de HEERE met vijf jaar was verlaagd (vers 2424Dit zijn de nakomelingen van Levi [ingedeeld] naar hun families, de familiehoofden, overeenkomstig het aantal namen van hen die geteld waren, hoofd voor hoofd, om het dienstwerk van het huis van de HEERE te doen, van twintig jaar oud en daarboven.; Nm 8:2424Dit geldt voor de Levieten: vanaf vijfentwintig jaar oud en daarboven is men tot de dienst in de tent van ontmoeting verplicht.). Verderop wordt de verlaging naar twintig jaar nog eens bevestigd (vers 2727Volgens de laatste woorden van David werd het aantal Levieten immers [berekend] van twintig jaar oud en daarboven,). De reden is dat er nu rust is (vers 2525Want David had gezegd: De HEERE, de God van Israël, heeft Zijn volk rust gegeven, en Hij zal in Jeruzalem wonen tot in eeuwigheid.). De Levieten zijn niet meer in woestijnomstandigheden. De taak is eenvoudiger geworden. Ze hoeven niet meer alles af te breken en weer op te bouwen en er is geen transport meer nodig (vers 2626Ook wat betreft de Levieten: zij behoeven de tabernakel niet [meer] te dragen, en evenmin al de bijbehorende voorwerpen voor de dienst daarin.). Daarom kan de leeftijdsgrens worden verlaagd.

In de geestelijke toepassing ziet dit op de grens van de geestelijke rijping. Er zijn omstandigheden dat die kan worden verlaagd. Zelfs de jongste gelovige kan al een bepaalde dienst in de gemeente uitoefenen. Waar de omstandigheden gunstig zijn en een eenvoudige dienst gevraagd wordt, kan een jonge gelovige met weinig geestelijke oefening die verrichten. Gaat het om grotere verantwoordelijkheden dan zal er een grotere geestelijke rijpheid moeten zijn. Jongeren die een geestelijke dienst verrichten, moeten zich in elk geval zo gedragen dat er geen opmerkingen gemaakt kunnen worden over hun jeugdige leeftijd (1Tm 4:1212Laat niemand je jeugdige leeftijd verachten, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof, in reinheid.).

De verzen 28-3228want hun plaats was naast de nakomelingen van Aäron in de dienst van het huis van de HEERE [met het opzicht] over de voorhoven, over de voorraadkamers en over de reiniging van ieder heilig voorwerp, [over] het dienstwerk in het huis van God,29en over het uitgestalde brood, de meelbloem voor het graanoffer, over de ongezuurde platte koeken, over de bakplaat, over het beslag en over iedere inhoudsmaat en lengtemaat.30Vervolgens [moesten zij] elke morgen, en eveneens in de avond, [gereed]staan om de HEERE te loven en te prijzen,31en [ook] bij het brengen van alle brandoffers voor de HEERE, op de sabbatten, de nieuwemaansdagen en de feestdagen, voortdurend voor het aangezicht van de HEERE [staan] in een aantal zoals voor hen bepaald was. 32 Zo moesten zij [hun] taak ten behoeve van de tent van ontmoeting vervullen, en [hun] taak ten behoeve van het heiligdom en [hun] taak ten behoeve van de nakomelingen van Aäron, hun broeders, in de dienst van het huis van de HEERE. geven een samenvatting van de dienst van de Levieten. Wat is die taak? Zij dienen de priesters die op hun beurt de HEERE dienen. Volgens de inzetting van Mozes zijn de Levieten als een geschenk gegeven aan de priesters (Nm 18:66Want Ik, zie, Ik heb uw broeders, de Levieten, uit het midden van de Israëlieten genomen: zij zijn een geschenk voor u, gegeven aan de HEERE, om de dienst van de tent van ontmoeting te verrichten.). De Levieten dienen tot ondersteuning van de priesterdienst.

Levietendienst in nieuwtestamentische zin is dienst tot opbouw van de gemeente. Hun dienst is erop gericht de gelovigen te leren meer en beter God te prijzen. Het doel van hun dienst is dat de gelovigen meer hun leven als offer aan God zullen aanbieden en de resultaten van hun arbeid voor God aan Hem zullen aanbieden. Als in een plaatselijke gemeente de gelovigen leven in een geest van aanbidding, zal dat gemerkt worden in de eredienst en in het praktische leven van de gelovigen.

Er zijn ook Levieten die gaan over de voorhoven (vers 2828want hun plaats was naast de nakomelingen van Aäron in de dienst van het huis van de HEERE [met het opzicht] over de voorhoven, over de voorraadkamers en over de reiniging van ieder heilig voorwerp, [over] het dienstwerk in het huis van God,). Dit zijn de poortwachters. Verschillenden staan er bij de poorten. Zij moeten toezien dat alleen de juiste personen in de voorhoven worden toegelaten. Een andere taak van de Levieten is “de reiniging van ieder heilig voorwerp”. Een waardige offerdienst kan alleen door gereinigde personen en gereinigde middelen plaatsvinden. Levieten zien erop toe dat in de eredienst geen elementen indringen die de offerdienst storen en schaden. Ze zien toe op de zuiverheid van de eredienst.

Verder hebben zij een taak met betrekking tot “het dienstwerk in het huis van God”. Dat is voor ons toe te passen op ons gedrag in het huis van God. Wij moeten weten hoe we ons daar hebben te gedragen (1Tm 3:1515Maar als ik uitblijf, [schrijf ik] opdat je weet hoe men zich moet gedragen in [het] huis van God, dat is [de] gemeente van [de] levende God, [de] pilaar en grondslag van de waarheid.). Daarvoor heeft de Heer Zijn aanwijzingen gegeven in Zijn Woord.

Er wordt uitvoerig gewezen op verschillende soorten brood (vers 2929en over het uitgestalde brood, de meelbloem voor het graanoffer, over de ongezuurde platte koeken, over de bakplaat, over het beslag en over iedere inhoudsmaat en lengtemaat.). Het gaat om “het uitgestalde brood”, dat is het brood op de tafel van de toonbroden, en over diverse vormen van het “graanoffer” of “spijoffer” (Lv 2). Er is sprake van “beslag” en van “inhoudsmaat en lengtemaat”. Al deze broden spreken van de Heer Jezus. De Levieten hebben de zorg ervoor dat de broden van de juiste samenstelling zijn (“beslag”), dat de juiste hoeveelheid wordt gebruikt en dat ook de juiste lengte wordt aangehouden.

We kunnen dit toepassen op ons bezig zijn met de Heer Jezus als het ware spijsoffer en als het ware brood van het leven. De Levieten zijn voor ons de leraren die Gods Woord aan ons uitleggen. Zij laten zien aan de hand van Gods Woord Wie de Heer Jezus is als voedsel voor God. Het ‘beslag’ of de samenstelling van het brood stelt voor dat we Christus belijden als in het vlees gekomen (1Jh 4:22Hieraan kent u de Geest van God: iedere geest die Jezus Christus als in [het] vlees gekomen belijdt, is uit God;). Dat wil zeggen dat Hij waarachtig Mens is geworden, echter zonder deel te hebben aan de zondige natuur die ieder mens heeft (Hb 4:1515Want wij hebben niet een hogepriester die niet met onze zwakheden kan meelijden, maar [Eén] Die in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van [de] zonde.), maar Die tegelijk nooit ophoudt de eeuwige Zoon van God te zijn. Daarbij mogen zij niet dieper – we moeten letten op de juiste ‘inhoudsmaat’ – en ook niet verder – de juiste ‘lengtemaat’ – gaan dan wat Gods Woord duidelijk maakt. We mogen niet proberen in te dringen in dingen die God voor ons verborgen houdt (vgl. Mt 11:27a27Alles is Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon [Hem] wil openbaren.) en ook niet toevoegen aan wat Gods Woord ons toont.

De orde in het huis van God wordt ook door de Levieten bewaard, wat wordt voorgesteld in de zorg voor de tafel van de toonbroden. Tevens moeten zij ervoor zorgen dat de inhoudsmaat en de lengtemaat van alles is naar de maat van het heiligdom. Alleen dan kan er een dienst plaatsvinden die door God kan worden aanvaard. Er mag op geen enkele manier een eigen invulling worden gegeven over de samenstelling van bijvoorbeeld een spijsoffer.

Weer andere Levieten hebben tot taak te zingen (verzen 30-3130Vervolgens [moesten zij] elke morgen, en eveneens in de avond, [gereed]staan om de HEERE te loven en te prijzen,31en [ook] bij het brengen van alle brandoffers voor de HEERE, op de sabbatten, de nieuwemaansdagen en de feestdagen, voortdurend voor het aangezicht van de HEERE [staan] in een aantal zoals voor hen bepaald was. 32 Zo moesten zij [hun] taak ten behoeve van de tent van ontmoeting vervullen, en [hun] taak ten behoeve van het heiligdom en [hun] taak ten behoeve van de nakomelingen van Aäron, hun broeders, in de dienst van het huis van de HEERE.). Dagelijks ‘s morgens en ‘s avonds, wekelijks, maandelijks en jaarlijks laten zij op die dagen en bij die gelegenheden bij het brengen van het brandoffer hun stemmen horen. Het brengen van de offers bij verschillende feesttijden moet gebeuren door de priesters, maar de voorbereiding ervan vindt plaats door de Levieten. Aan elke offerdienst gaat Levietendienst vooraf. Jonge priesters maken dankbaar gebruik van Levieten.

Ten slotte wordt een samenvatting van de taken gegeven (vers 32). De taken van de Levieten staan in de eerste plaats in verbinding met “de tent van ontmoeting” of “de tent van de samenkomst”. Dit is de plaats waar God met Zijn volk samenkomt, het is een plaats van gemeenschap tussen God en Zijn volk. Het volk mag daar bij God komen op de basis van het offer, dat een beeld is van de Heer Jezus en Zijn werk aan het kruis, om Hem te aanbidden voor de gave van dat Offer.

Dat brengt tot de tweede taak, dat is hun taak “ten behoeve van het heiligdom”. In het heiligdom gaat het om het naderen tot God en niet zozeer om het samen zijn. Met het oog op het naderen tot God moeten de priesters weten wat gepast is. Dat maken de Levieten hun duidelijk. Daarmee is ook hun derde taak verklaard, hun taak ten behoeve van de nakomelingen van Aäron, hun broeders, in de dienst van het huis van de HEERE”. Zij bereiden de priesters, hier omschreven als ‘de nakomelingen van Aäron’ erop voor hun dienst in het huis van de HEERE naar behoren te verrichten.

Ze doen dat niet als hun meerderen, maar als “hun broeders”. We lezen hier dat de Levieten en de priesters broeders zijn van elkaar. Dit is de enig juiste verhouding om andere leden van Gods volk te dienen. De nieuwtestamentische gelovige is zowel priester als Leviet. Beide aspecten behoren in zijn leven tot uiting te komen, naar de Heer Jezus en God toe als priester en naar de medegelovigen toe als Leviet.


Lees verder