1 Kronieken
1-2 De zonen van Israël 3-17 Nakomelingen van Juda tot David 18-24 Nakomelingen van Kaleb 25-41 Nakomelingen van Jerahmeël 42-55 Nakomelingen van Kaleb
De zonen van Israël

1Dit zijn de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon, 2Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.

Deze verzen geven een opsomming van de zonen van Jakob, hier “Israël” genoemd, in een willekeurige volgorde. Eerst worden zes kinderen van Lea genoemd, dan één van Bilha, vervolgens twee van Rachel, nog één van Bilha en ten slotte twee van Zilpa. Ongeveer tweeëntwintig keer komt er een opsomming van de zonen van Jakob in de Bijbel voor, waarbij de volgorde vaak wisselt.


Nakomelingen van Juda tot David

3De zonen van Juda zijn: Er, Onan en Sela. Drie zijn er hem geboren uit de dochter van Sua, de Kanaänitische. Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van de HEERE; daarom doodde Hij hem. 4Maar Tamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. De zonen van Juda waren vijf in totaal. 5De zonen van Perez waren Hezron en Hamul. 6En de zonen van Zerah waren Zimri, Ethan, Heman, Chalcol en Dara. Deze zijn vijf in totaal. 7De zoon van Charmi was Achar, die Israël in het ongeluk stortte, omdat hij ontrouw was met dat wat door de ban gewijd was. 8De zoon van Ethan was Azaria. 9De zonen van Hezron, die hem geboren werden, waren Jerahmeël, Ram en Chelubai. 10Ram verwekte Amminadab, en Amminadab verwekte Nahesson, de leider van de nakomelingen van Juda. 11Nahesson verwekte Salma, en Salma verwekte Boaz. 12Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, 13Isaï verwekte Eliab, zijn eerstgeborene, Abinadab, de tweede, en Simea, de derde, 14Nethaneël, de vierde, Raddai, de vijfde, 15Ozem, de zesde, [en] David, de zevende. 16Hun zusters waren Zeruja en Abigaïl. De zonen van Zeruja waren Abisaï, Joab en Asaël, drie [zonen]. 17Abigaïl baarde Amasa; de vader van Amasa was Jether de Ismaëliet.

In de rest van dit hoofdstuk wordt het nakomelingschap van Juda genoemd. Het geslachtsregister van Juda wordt het eerst genoemd vanwege het koningschap dat aan deze stam verbonden is.

Op de grafsteen van Er staat het kenmerk van zijn leven: hij “was slecht in de ogen van de HEERE; daarom doodde Hij hem” (vers 33De zonen van Juda zijn: Er, Onan en Sela. Drie zijn er hem geboren uit de dochter van Sua, de Kanaänitische. Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van de HEERE; daarom doodde Hij hem.). Het is een waarschuwing te leven en te wandelen voor Gods aangezicht met vrees, biddend en wakend, omdat er elk ogenblik iets door ons gezegd of gedaan kan worden wat ons leven verder zal kenmerken. Wat zal er op mijn grafsteen staan?

Er worden weinig vrouwen genoemd, maar de naam van Tamar laat een speciale genade van God zien (vers 44Maar Tamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. De zonen van Juda waren vijf in totaal.). Zij baart Perez als gevolg van een ontuchtige daad die zij met Juda heeft begaan (Gn 38:14-18,27-3014Toen trok zij haar weduwkleed uit, bedekte zich met een sluier, omhulde zich en ging zitten bij de ingang van Enaïm, dat op de weg naar Timna ligt. Zij had namelijk gezien dat Sela groot geworden was en zij aan hem niet tot vrouw was gegeven.15Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar gezicht bedekt had.16En hij ging naar haar toe langs de weg en zei: Kom toch [mee], ik wil bij u komen; hij wist immers niet dat het zijn schoondochter was. En zij zei: Wat zult u mij geven, als u bij mij komt?17Hij zei: Ik zal u een geitenbokje van [mijn] kudde sturen. Zij zei: [Goed], als u een onderpand geeft, totdat u het [bokje] gestuurd hebt.18Toen zei hij: Wat is het onderpand dat ik u zal geven? Zij zei: Uw zegelring, uw snoer en uw staf, die u in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, kwam bij haar, en zij werd zwanger van hem.27En het gebeurde tegen de tijd dat zij baren zou, en zie! er bleek een tweeling in haar schoot te zijn.28En terwijl zij baarde, gebeurde het dat [de ene] zijn hand naar buiten stak. De vroedvrouw pakte die, bond een scharlakenrode draad om zijn hand en zei: Deze komt er het eerst uit.29Maar het gebeurde, toen hij zijn hand weer naar binnen trok, dat, zie, zijn broer tevoorschijn kwam. Daarop zei ze: Wat een bres heb jij voor jezelf geslagen! En men gaf hem de naam Perez.30Daarna kwam zijn broer tevoorschijn, die de scharlakenrode [draad] om zijn hand had, en men gaf hém de naam Zera.). De speciale genade van God is dat zij wordt genoemd in het boek Ruth (Ru 4:1212En moge uw huis worden als het huis van Perez, die Tamar aan Juda baarde, door het nageslacht dat de HEERE u uit deze jonge vrouw geven zal.) en in het geslachtsregister van de Heer Jezus (Mt 1:33en Juda verwekte Perez en Zera bij Thamar; en Perez verwekte Hezron, en Hezron verwekte Ram,).

Vier van de vijf zonen van Zerah, Ethan, Heman, Chalcol en Dara”, zijn bekend om hun wijsheid (vers 66En de zonen van Zerah waren Zimri, Ethan, Heman, Chalcol en Dara. Deze zijn vijf in totaal.). Als de Heilige Geest de wijsheid van Salomo voorstelt, verklaart Hij Salomo wijzer dan deze vier mannen: “Ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan Ethan, de Ezrahiet, Heman, Chalcol en Darda, de zonen van Mahol” (1Kn 4:3131ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan Ethan, de Ezrahiet, Heman, Chalcol en Darda, de zonen van Mahol, en zijn naam was [bekend] bij alle heidenvolken rondom.). Het is wel zeldzaam dat van vier broers een dergelijk getuigenis gegeven kan worden.

Ook kan nog worden vermeld dat van Ethan en van Heman een psalm in de Heilige Schrift is opgenomen (Ps 88:11Een lied, een psalm van de zonen van Korach, voor de koorleider, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, de Ezrahiet.; 89:11Een onderwijzing van Ethan, de Ezrahiet.). Ze moeten niet worden verward met Heman, Asaf en Ethan, de musici van David (1Kr 15:1919En de zangers Heman, Asaf en Ethan lieten zich horen met koperen cimbalen;), want die zijn van de stam Levi en niet van de stam Juda (vgl. 1Kr 6:33-4433Dit zijn zij die daar stonden, met hun zonen: van de nakomelingen van de Kahathieten, Heman de zanger, de zoon van Joël, de zoon van Samuel,34de zoon van Elkana, de zoon van Jeroham, de zoon van Eliël, de zoon van Toah,35de zoon van Zuf, de zoon van Elkana, de zoon van Mahath, de zoon van Amasai,36de zoon van Elkana, de zoon van Joël, de zoon van Azarja, de zoon van Zefanja,37de zoon van Tahath, de zoon van Assir, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korach,38de zoon van Jizhar, de zoon van Kahath, de zoon van Levi, de zoon van Israël.39Zijn broeder Asaf stond aan zijn rechterzijde. Asaf was de zoon van Berechja, de zoon van Simea,40de zoon van Michaël, de zoon van Baëseja, de zoon van Malchia,41de zoon van Ethni, de zoon van Zerah, de zoon van Adaja,42de zoon van Ethan, de zoon van Zimma, de zoon van Simeï,43de zoon van Jahath, de zoon van Gersom, de zoon van Levi.44Hun broeders, de zonen van Merari, [stonden] aan de linkerzijde, [namelijk] Ethan, de zoon van Kisi, de zoon van Abdi, de zoon van Malluch,).

Het opschrift op de grafsteen van Achan luidt: “Die Israël in het ongeluk stortte, omdat hij ontrouw was met dat wat door de ban gewijd was” (vers 77De zoon van Charmi was Achar, die Israël in het ongeluk stortte, omdat hij ontrouw was met dat wat door de ban gewijd was.). Zijn zonde wordt beschreven in het boek Jozua (Jz 7:11Maar de Israëlieten pleegden trouwbreuk met wat door de ban gewijd was, want Achan, de zoon van Charmi, de zoon van Zabdi, de zoon van Zerah, uit de stam Juda, nam van wat door de ban gewijd was. Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen de Israëlieten.). We zien hier dat tot de beste families, hier Juda, personen kunnen behoren die een schande voor de familie zijn.

De genoemde namen in de verzen 9-129De zonen van Hezron, die hem geboren werden, waren Jerahmeël, Ram en Chelubai.10Ram verwekte Amminadab, en Amminadab verwekte Nahesson, de leider van de nakomelingen van Juda.11Nahesson verwekte Salma, en Salma verwekte Boaz.12Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, zijn de directe voorouders van David, naar wie de kroniekschrijver in de geslachtsregisters toewerkt (vgl. Ru 4:19-2219Hezron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab,20Amminadab verwekte Nahesson, Nahesson verwekte Salma,21Salma verwekte Boaz, Boaz verwekte Obed,22Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David.). Dat wil niet zeggen dat alle namen van de voorouders vanaf Ram zijn genoemd. Tussen Ram, de zoon van Hezron, en Nahesson, de zoon van Amminadab, zijn drie eeuwen verlopen. Nahesson is “de leider van de nakomelingen van Juda” in de dagen van Mozes in de woestijn (Nm 1:77van Juda Nahesson, de zoon van Amminadab,; 2:33Zij dan die hun kamp opslaan in oostelijke richting, waar [de zon] opkomt, [vallen onder] het vaandel van het kamp van Juda, [ingedeeld] naar hun legers. De leider nu van de nakomelingen van Juda was Nahesson, de zoon van Amminadab.). De zoon van Nahesson, Salmon, trouwt met Rachab, de hoer, na de val van Jericho (Mt 1:55en Salmon verwekte Boaz bij Rachab; en Boaz verwekte Obed bij Ruth; en Obed verwekte Isaï,).

Uit vers 1616Hun zusters waren Zeruja en Abigaïl. De zonen van Zeruja waren Abisaï, Joab en Asaël, drie [zonen]. blijkt dat de drie mannen Abisaï, Joab en Asaël”, die we kennen uit het leger van David, zonen van Davids zus en dus zijn neven zijn. Hetzelfde geldt voor Amasa, die de zoon van een andere zus is.


Nakomelingen van Kaleb

18Kaleb, de zoon van Hezron, verwekte [zonen] bij Azuba, [zijn] vrouw, en bij Jerioth. En dit waren haar zonen: Jeser, Sobab en Ardon. 19Toen Azuba gestorven was, nam Kaleb zich Efrath [tot vrouw]. Deze baarde hem Hur. 20Hur verwekte Uri, en Uri verwekte Bezaleël. 21Daarna kwam Hezron bij de dochter van Machir, de vader van Gilead. Hij nam haar [tot vrouw] toen hij zestig jaar was, en zij baarde hem Segub. 22Segub verwekte Jaïr, en hij had drieëntwintig steden in het land Gilead. 23Maar Gesur nam, met Aram, Havvoth-Jaïr van hen af, met Kenath en de bijbehorende [plaatsen], zestig steden. Dit zijn allen zonen van Machir, de vader van Gilead. 24Na de dood van Hezron, in Kaleb-Efratha, baarde Abia, de vrouw van Hezron, hem ook [nog] Assjur, de vader van Tekoa.

Bezaleël, de zoon van Uri (vers 2020Hur verwekte Uri, en Uri verwekte Bezaleël.), is ons bekend van de bouw van de tabernakel (Ex 31:2-42Zie, Ik heb Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda, bij [zijn] naam geroepen.3Ik heb hem vervuld met de Geest van God, met wijsheid, inzicht, kennis en allerlei vakmanschap,4om ontwerpen te bedenken [en] om [die] uit te voeren in goud, zilver en koper;).

Hezron, uit wie Kaleb en zijn nageslacht zijn voortgekomen, blijkt een zeer vruchtbare man geweest te zijn, zelfs in zijn ouderdom. Als hij sterft, is zijn vrouw Abia zwanger en baart hem na zijn dood nog een kind (vers 2424Na de dood van Hezron, in Kaleb-Efratha, baarde Abia, de vrouw van Hezron, hem ook [nog] Assjur, de vader van Tekoa.).


Nakomelingen van Jerahmeël

25De zonen van Jerahmeël, de eerstgeborene van Hezron, waren: de eerstgeborene Ram, en [vervolgens] Buna, Oren, Ozem en Ahia. 26Jerahmeël had nog een andere vrouw, en haar naam was Atara; zij was de moeder van Onam. 27De zonen van Ram, de eerstgeborene van Jerahmeël, waren Maäz, Jamin en Eker. 28De zonen van Onam waren Sammai en Jada. En de zonen van Sammai: Nadab en Abisur. 29De naam van de vrouw van Abisur was Abihaïl; zij baarde hem Achban en Molid. 30De zonen van Nadab waren Seled en Appaïm; Seled stierf zonder kinderen. 31De zoon van Appaïm was Jiseï; de zoon van Jiseï was Sesan, en de zoon van Sesan was Achlai. 32De zonen van Jada, de broer van Sammai, waren Jether en Jonathan; Jether stierf zonder kinderen. 33De zonen van Jonathan waren Peleth en Zaza. Dit waren de zonen van Jerahmeël. 34Sesan had geen zonen, maar dochters. Sesan had [echter] een Egyptische slaaf, en zijn naam was Jarha. 35Sesan gaf zijn dochter aan zijn slaaf Jarha tot vrouw, en zij baarde hem Attai. 36Attai verwekte Nathan, en Nathan verwekte Zabad, 37Zabad verwekte Eflal, en Eflal verwekte Obed, 38Obed verwekte Jehu, en Jehu verwekte Azaria, 39Azaria verwekte Helez, en Helez verwekte Elasa, 40Elasa verwekte Sismai, en Sismai verwekte Sallum, 41Sallum verwekte Jekamja, en Jekamja verwekte Elisama.

In deze opsomming worden namen genoemd van mensen van wie als bijzonderheid wordt vermeld dat ze kinderloos zijn gestorven of zonder zonen (verzen 30,32,3430De zonen van Nadab waren Seled en Appaïm; Seled stierf zonder kinderen.32De zonen van Jada, de broer van Sammai, waren Jether en Jonathan; Jether stierf zonder kinderen.34Sesan had geen zonen, maar dochters. Sesan had [echter] een Egyptische slaaf, en zijn naam was Jarha.). Kinderloosheid is niet nieuw. Gods voorzienigheid geeft of onthoudt kinderen, of geeft ze soms alleen van hetzelfde geslacht. Voor wie ernaar verlangen kinderen te hebben is het een grote beproeving als de kinderwens onvervuld blijft.

De nood die dat met zich mee kan brengen, is niet te begrijpen door hen die kinderen hebben. Alleen de Heer kan daarin Zijn troost geven. Door Zijn troost kunnen zij ertoe komen in geloofsvertrouwen te aanvaarden dat dit de weg is die Hij met hen wil gaan. Op deze weg kunnen ze op een speciale manier Hem dienen. Aan hen die Hem liefhebben, zal Hij in Zijn huis een plaats en een naam geven, beter dan die van zonen en dochters (Js 56:55Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven,
beter dan [die] van zonen en dan [die] van dochters;
een eeuwige naam zal Ik ieder van hen geven,
[een naam] die niet uitgewist zal worden.
)
.

Het huwelijk van de dochter van Sesan met een Egyptische slaaf (vers 3535Sesan gaf zijn dochter aan zijn slaaf Jarha tot vrouw, en zij baarde hem Attai.) kan alleen geoorloofd zijn als we veronderstellen dat deze slaaf een Jodengenoot, proseliet, is geworden.


Nakomelingen van Kaleb

42De zoon van Kaleb, de broer van Jerahmeël, is Mesa, zijn eerstgeborene (dat is de vader van Zif), en de zonen van Maresa, de vader van Hebron. 43De zonen van Hebron waren Korach, Tappuah, Rekem en Sema. 44Sema verwekte Raham, de vader van Jorkeam; Rekem verwekte Sammai. 45De zoon van Sammai was Maon, en Maon was de vader van Beth-Zur. 46Efa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Haran, Moza en Gazez; Haran verwekte Gazez. 47De zonen van Jochdai waren Regem, Jotham, Gesan, Pelet, Efa en Saäf. 48Bij [zijn] bijvrouw Maächa verwekte Kaleb Seber en Tirhana. 49En [de vrouw van] Saäf, de vader van Madmanna, baarde Seva, de vader van Machbena en de vader van Gibea. De dochter van Kaleb was Achsa. 50Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim, 51Salma, de vader van Bethlehem [en] Haref, de vader van Beth-Gader. 52De zonen van Sobal, de vader van Kirjath-Jearim, waren Haroë [en] half Menuchoth. 53De geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, de Futieten, de Sumathieten en de Misraïeten. Uit hen zijn de Zorathieten en de Esthaolieten voortgekomen. 54De zonen van Salma waren Bethlehem, de Netofatieten, Atroth, Beth-Joab, de helft van de Manachathieten [en] de Zorieten. 55En de geslachten van de schrijvers, die in Jabez woonden: de Tirathieten, de Simathieten [en] de Suchathieten. Dit zijn de Kenieten die van Hammath, de vader van het huis van Rechab, afstammen.

In dit gedeelte vallen “de geslachten van de schrijvers” op (vers 5555En de geslachten van de schrijvers, die in Jabez woonden: de Tirathieten, de Simathieten [en] de Suchathieten. Dit zijn de Kenieten die van Hammath, de vader van het huis van Rechab, afstammen.). Schrijven is belangrijk in de dingen van God. Het betekent ermee bezig zijn en vastleggen en zo doorgeven aan de volgende generaties. Op die manier kunnen de volgende generaties onderwezen worden in de dingen van God.

De Kenieten (vers 55b55En de geslachten van de schrijvers, die in Jabez woonden: de Tirathieten, de Simathieten [en] de Suchathieten. Dit zijn de Kenieten die van Hammath, de vader van het huis van Rechab, afstammen.) behoren oorspronkelijk niet tot Israël. Ze zijn een van de heidense volken van het land Kanaän (Gn 15:18-2118Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:19de Kenieten, de Kenizieten, de Kadmonieten,20de Hethieten, de Ferezieten, de Refaïeten,21de Amorieten, de Kanaänieten, de Girgasieten en de Jebusieten.). Hier zijn ze opgenomen in de registers van de stam Juda. Het lijkt erop dat zij in de loop van de jaren steeds meer, mogelijk door huwelijken, van de stam Juda deel zijn gaan uitmaken. Ze zijn een volk dat, behalve door, Kaleb, een van de twaalf verspieders ,ook bekend is geworden door de trouw van een van hun families, die van de Rechabieten. Hun trouw aan de gebruiken van hun vaders wordt door de HEERE zozeer gewaardeerd, dat Hij in het boek Jeremia dit geslacht aan Zijn ontrouwe volk tot voorbeeld stelt (Jr 35:12-1612Toen kwam het woord van de HEERE tot Jeremia:13Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Ga zeggen tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem: Zult u niet de vermaning aanvaarden door te luisteren naar Mijn woorden? spreekt de HEERE.14De woorden van Jonadab, de zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn mochten drinken, hebben zij gestand gedaan. Zij hebben tot op deze dag geen [wijn] gedronken, want zij hebben geluisterd naar het gebod van hun voorvader. Ik echter heb vroeg en laat tot u gesproken, maar naar Mij hebt u niet geluisterd.15Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, om te zeggen: Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg, en beter uw daden, ga geen andere goden achterna om die te dienen. Dan zult u in het land blijven dat Ik u en uw vaderen gegeven heb. Maar u hebt uw oor niet geneigd en naar Mij niet geluisterd.16Ja, de kinderen van Jonadab, de zoon van Rechab, hebben het gebod van hun voorvader dat hij hun geboden had, gestand gedaan, maar naar Mij luistert dit volk niet.).


Lees verder