1 Koningen
Inleiding 1 Elia verschijnt voor Achab 2-6 Elia bij de beek Krith 7-9 Elia moet naar een weduwe in Zarfath 10-16 Een beetje meel en een beetje olie 17-18 De zoon van de weduwe sterft 19-24 De zoon wordt levend
Inleiding

Nu we in de geschiedenis van Gods volk zijn aangekomen op het absolute dieptepunt ervan, plaatst de Heilige Geest de profeet Elia voor onze aandacht. De persoon en de dienst van Elia zijn uitzonderlijk. Hij is een van de grootste persoonlijkheden in het Oude Testament. Hij is de eerste mens die een dode opwekt, hij is de enige die met vurige wagens en paarden naar de hemel gaat. Hij is wel “een man van gelijke natuur als wij” (Jk 5:17a17Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.), maar met een geweldig geloof. Hij is ook een bidder.

Hij leeft in een tijd van de grootste afval, een tijd waarin het Woord van God volkomen heeft afgedaan in Gods volk. In die tijd staat hij als een ware man Gods voor de rechten van God en getuigt van Hem als de levende God. Hij is een man met wie ieder die het welzijn van Gods volk aan het hart gaat, zich graag wil identificeren. Ook wij leven immers in een tijd waarin het Woord van God grotendeels heeft afgedaan. En dat niet zozeer in de wereld, maar in de christenheid.

Elia is een profeet. Profeten worden door God gezonden als Zijn volk van Hem is afgeweken. God wil door hen tot het hart en het geweten van het volk spreken. Profeten stellen Gods kracht voor en brengen Gods volk in het licht van God. Zij leggen de vinger op de afwijking, de zonde (Jh 4:16-1916Hij zei tot haar: Ga heen, roep uw man en kom hier.17De vrouw antwoordde en zei <tot Hem>: Ik heb geen man. Jezus zei tot haar: U hebt terecht gezegd: Ik heb geen man;18want vijf mannen hebt u gehad, en die u nu hebt is uw man niet; dit heb u naar waarheid gezegd.19De vrouw zei tot Hem: Heer, ik zie dat U een Profeet bent.). Elia doet dat niet zachtzinnig, want hij kondigt droogte aan. Dat doet hij, omdat het hele volk de Baäl dient. Hij komt uit Gilead. We zouden kunnen zeggen dat hij met het oog op de afwijking van het volk een ‘balsem uit Gilead’ is (Jr 8:2222Is er geen balsem in Gilead?
Of is er geen geneesheer daar?
Want waarom is er dan geen herstel opgetreden
bij de dochter van mijn volk?
)
. Hij stelt hun zieke toestand aan de kaak en reikt er een geneesmiddel voor aan. Dat geneesmiddel is boetedoening en terugkeer tot de HEERE.

Van Elia – en ook van Elisa – hebben we geen bijbelboek in Gods Woord. Dat hebben we wel van veel profeten die tot de twee stammen hebben geprofeteerd, zoals van Jesaja, Jeremia, Ezechiël, enzovoort. De profetische dienst van de profeten in het tweestammenrijk hebben we in geschreven vorm in Gods Woord omdat hun dienst ook betrekking heeft op wat ook vandaag nog steeds toekomst is. In het tweestammenrijk is nog een zekere belangstelling voor Gods Woord, en de profeten kunnen naar dat Woord verwijzen in hun vermaningen. Zij spreken tot opbouwing, vermaning en vertroosting, zoals dat ook nu nog gebeurt in de gemeente (1Ko 14:33Maar wie profeteert, spreekt voor mensen [tot] opbouwing, vermaning en vertroosting.). Dat kan alleen als er harten zijn om het Woord op te nemen.

De profeten van het tweestammenrijk doen ook geen tekenen en wonderen, want die zijn voor de ongelovigen. Daarom doen Elia en Elisa wel wonderen, want zij hebben een boodschap voor een ongelovig volk.

Het woord dat Elia en Elisa als profeten spreken, heeft ook niet betrekking op de nabije of de verre toekomst, zoals dat wel bij de schrijvende profeten het geval is. Hun woord is gericht tot hart en geweten van het volk in de actuele omstandigheden, hier-en-nu. Het is een woord dat wordt ondersteund door wondertekenen.

De tekenen van Elia zijn buitengewoon krachtig. Ze staan in verbinding met de hemel. Eenmaal heeft hij de hemel gesloten en viermaal heeft hij de hemel geopend. Hij sluit en opent de hemel met betrekking tot regen (Jk 5:17-1817Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.18En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.). Hij opent de hemel ook om er vuur uit te laten neerdalen, eenmaal over het offer (1Kn 18:36-3836En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan.37Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de [ware] God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt.38Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op.) en tweemaal over zijn vijanden (2Kn 1:8-148Zij zeiden tegen hem: Het was een man met een haren [mantel] en een leren gordel om zijn middel gebonden. Toen zei hij: Dat is Elia, de Tisbiet.9En hij stuurde een hoofdman over vijftig naar hem toe met zijn vijftigtal. Toen deze naar hem toe klom – want zie, [Elia] zat op de top van een berg – sprak hij tot hem: Man Gods, de koning heeft gesproken: Kom naar beneden!10Maar Elia antwoordde en sprak tot de hoofdman over vijftig: Als ik een man Gods ben, laat er [dan] vuur uit de hemel neerkomen en u en uw vijftigtal verteren. Toen kwam er vuur uit de hemel neer en dat verteerde hem en zijn vijftigtal.11En hij stuurde opnieuw een andere hoofdman over vijftig naar hem toe met zijn vijftigtal. Deze nam het woord en sprak tot hem: Man Gods, dit zegt de koning: Kom snel naar beneden!12Maar Elia antwoordde en sprak tot hen: Als ik een man Gods ben, laat er [dan] vuur uit de hemel neerkomen en u en uw vijftigtal verteren. Toen kwam het vuur van God uit de hemel neer en verteerde hem en zijn vijftigtal.13En opnieuw stuurde hij een hoofdman over vijftig, de derde, met zijn vijftigtal. Deze derde hoofdman over vijftig klom naar boven, kwam en boog zich op zijn knieën voor Elia neer. Hij smeekte hem en sprak tot hem: Man Gods, laat mijn leven en het leven van uw dienaren, van dit vijftigtal, toch kostbaar zijn in uw ogen!14Zie, vuur is uit de hemel neergekomen en heeft die eerste twee hoofdmannen over vijftig met hun vijftigtallen verteerd; maar nu, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen!). Zoals al is gezegd, heeft hij een dode opgewekt (1Kn 17:21-2221En hij strekte zich driemaal over het kind uit en riep de HEERE aan, en zei: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.22De HEERE luisterde naar de stem van Elia en de ziel van het kind keerde in hem terug, en het werd weer levend.).

Hij alleen heeft als profeet een directe opvolger in Elisa (2Kn 2:1,11-141Het gebeurde nu, toen de HEERE Elia in een storm zou opnemen in de hemel, dat Elia met Elisa uit Gilgal wegging.11Het gebeurde, terwijl zij al sprekend verdergingen, zie, dat er een vurige wagen met vurige paarden kwam, die tussen hen beiden scheiding maakte. Zo voer Elia in een storm naar de hemel.12Elisa zag het en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen van Israël en zijn ruiters! En hij zag hem niet meer. Toen greep hij zijn kleren en scheurde ze in twee stukken.13Hij pakte de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, op, keerde terug en bleef aan de oever van de Jordaan staan.14Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, en sloeg het water en zei: Waar is de HEERE, de God van Elia, ja Hij? Hij sloeg het water en het werd naar beide zijden verdeeld, en Elisa ging erdoor.) en hij heeft een opvolger in zijn geest in Johannes de doper (Lk 1:1717En hij zal voor Hem uitgaan in [de] geest en [de] kracht van Elia, om [de] harten van [de] vaders te doen terugkeren tot [de] kinderen en [de] ongehoorzamen in [de] wijsheid van [de] rechtvaardigen, om [de] Heer een toegerust volk te bereiden.). Het Oude Testament sluit af met zijn naam (Ml 4:5-65Zie, Ik zend tot u
de profeet Elia,
voordat de dag van de HEERE komt,
die grote en ontzagwekkende [dag].
6Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen,
en het hart van de kinderen tot hun vaders,
opdat Ik niet zal komen
en de aarde met de ban zal slaan.
)
. Hij is erbij, samen met Mozes, als de Heer Jezus op de berg der verheerlijking verschijnt (Mt 17:33En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.). Ten slotte herkennen we hem in een van de twee getuigen in de eindtijd (Op 11:66Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt in de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.).

Elia wordt “man Gods” (1Kn 17:18,2418Toen zei zij tegen Elia: Hoe heb ik het [nu] met u, man Gods? Bent u bij mij gekomen om mijn ongerechtigheid in herinnering te brengen en om mijn zoon te doen sterven?24Toen zei die vrouw tegen Elia: Nu weet ik dat u een man Gods bent en dat het woord van de HEERE in uw mond waarheid is.) genoemd. In het Nieuwe Testament ontmoeten we een ‘man Gods’ in brieven aan personen. Daar wordt die persoon “mens Gods” genoemd (1Tm 6:1111Maar jij, mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid, Godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.; 2Tm 3:1717opdat de mens Gods volkomen is, tot alle goed werk ten volle toegerust.). Het kan een man zijn, het kan ook een vrouw zijn. In de eerste brief aan Timotheüs gaat het om de “latere tijden” (1Tm 4:11De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in [de] latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen). De kenmerken daarvan zijn het “verbieden te trouwen” en het gebod “zich van voedsel te onthouden” (1Tm 4:33Zij verbieden te trouwen [en gebieden] zich van voedsel te onthouden, dat God geschapen heeft om met dankzegging te worden genuttigd door hen die geloven en de waarheid kennen.). Onder invloed van verleidende geesten en leringen van demonen zijn deze kenmerken ontstaan. Het middeleeuwse christendom, zoals dat in het rooms-katholicisme toen is begonnen en nog steeds voortgaat, is de broedplaats ervan.

In de tweede brief aan Timotheüs is het verval nog verdergegaan. Het gaat daar om de “laatste dagen” (2Tm 3:11Maar weet dit, dat er in [de] laatste dagen zware tijden zullen zijn;). Het kenmerk daarvan is dat er in de christenheid mensen zijn die ogenschijnlijk Godsvrucht hebben, maar die liegen, want ze verloochenen de kracht daarvan (2Tm 3:55Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend je ook van dezen af.).

Profetisch worden deze kenmerken beschreven in het boek Openbaring, in de zendbrief aan de gemeente in Thyatira (Op 2:18-2918En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vuurvlam en Zijn voeten aan blinkend koper gelijk:19Ik weet uw werken, uw liefde, uw geloof, uw dienst en uw volharding, en dat uw laatste werken meer zijn dan uw eerste.20Maar Ik heb tegen u, dat u de vrouw Izebel, die zich een profetes noemt, laat begaan; en zij leert en misleidt Mijn slaven om te hoereren en afgodenoffers te eten.21En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren en zij wil zich niet bekeren van haar hoererij.22Zie, Ik werp haar op een bed en [werp] hen die met haar overspel bedrijven in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van haar werken.23En haar kinderen zal Ik door [de] dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven ieder naar uw werken.24Maar tegen u zeg Ik, tegen de overigen in Thyatira, allen die deze leer niet hebben, die de diepten van de satan, zoals zij zeggen, niet hebben gekend: Ik leg u geen andere last op;25wat u echter hebt, houdt dat vast totdat Ik kom.26En wie overwint en Mijn werken tot [het] einde toe bewaart, die zal Ik macht geven over de volken;27en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf; als pottenbakkersvaten worden zij verbrijzeld, zoals ook Ik [die macht] van Mijn Vader heb ontvangen;28en Ik zal hem de morgenster geven.29Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.). Die zendbrief maakt deel uit van zeven zendbrieven waarin de kerkgeschiedenis door de eeuwen heen wordt weergegeven. In die brief is sprake van “de vrouw Izebel”, waardoor de parallel met de tijd van Elia boven elke twijfel verheven is. Daardoor kunnen we zeggen dat de geschiedenis van Elia ons lessen leert in verbinding met de geschiedenis van de kerk in de donkere middeleeuwen, een geschiedenis die actueel blijft omdat die doorloopt tot de komst van de Heer Jezus.

In die tijd worden geloofsgetuigenissen op een bijzondere wijze gewaardeerd, zoals we dat uit de mond van de Heer Jezus horen ten aanzien van een trouw overblijfsel in Thyatira (Op 2:1919Ik weet uw werken, uw liefde, uw geloof, uw dienst en uw volharding, en dat uw laatste werken meer zijn dan uw eerste.). In zulke tijden, waar de waarheden zo bedekt zijn, is elk getuigenis over Hem van grote betekenis voor Hem. Voor Hem gaat het niet om grote kennis van de waarheid, maar om trouw te leven naar wat van de waarheid wordt gekend. Dat zien we in Elia, in Obadja en de honderd profeten die Obadja heeft verborgen en de zevenduizend die alleen door God worden gezien.

Toch is niet iedere gelovige in zulke tijden een ‘mens Gods’. Dat kan in die tijd alleen van Elia gezegd worden en dat kan nu alleen gezegd worden van iemand die openlijk voor Gods rechten opkomt, terwijl de massa van de belijdende christenheid er geen rekening mee houdt en velen die dat in het verborgen wel doen er niet openlijk voor uitkomen. Niet iedere gelovige Israëliet is een man Gods. Obadja is dat niet en ook de zevenduizend zijn dat niet. Zo is ook vandaag niet iedere gelovige een mens Gods.

Mensen die in het openbaar hun stem durven verheffen, zijn enkelingen. Het zijn de mensen die bijvoorbeeld dwars tegen alles in vasthouden aan de woordelijke, letterlijke inspiratie van de Schrift. Dit kenmerkt de mens Gods in de laatste dagen. In de “laatste dagen” (2Tm 3:1-51Maar weet dit, dat er in [de] laatste dagen zware tijden zullen zijn;2want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedigen, lasteraars, [de] ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,3liefdeloos, onverzoenlijk, kwaadsprekend, onbeheerst, ruw, zonder liefde tot het goede,4verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers van genot dan liefhebbers van God.5Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend je ook van dezen af.) zien we een toename van het kwaad dat de “latere tijden” (1Tm 4:1-51De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in [de] latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen2die in huichelarij leugen spreken en hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid.3Zij verbieden te trouwen [en gebieden] zich van voedsel te onthouden, dat God geschapen heeft om met dankzegging te worden genuttigd door hen die geloven en de waarheid kennen.4Want al [het] door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen,5want het wordt geheiligd door Gods Woord en door gebed.) kenmerkt.

‘Laatste dagen’ vragen volkomen toewijding aan het Woord als een kenmerk van een mens Gods (2Tm 3:16-1716Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in [de] gerechtigheid,17opdat de mens Gods volkomen is, tot alle goed werk ten volle toegerust.). Het vasthouden aan de inspiratie van Gods Woord is boven alles belangrijk in zulke donkere tijden. Dan komt het erop aan het woord van de volharding van de Heer Jezus vast te houden (Op 3:10-1110Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen.11Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.), wat alleen kan als er wordt geleefd in een intieme persoonlijke betrekking met God. Zulke mensen krijgen te horen dat de Heer Jezus op hen “de Naam van Mijn God” zal schrijven (Op 3:1212Wie overwint, die zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God en hij zal geenszins meer daaruit weggaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt van Mijn God, en Mijn nieuwe Naam.).

De periode dat de Heer Jezus op aarde was, wordt ook “[het] laatst van deze dagen” genoemd (Hb 1:11Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in [het] laatst van deze dagen tot ons gesproken in [de] Zoon,). Dat onderstreept de verbinding die er is tussen Elia en Johannes de doper, de voorloper van de Heer Jezus. Die verbinding blijkt ook uit hun optreden. Zo getuigt Elia in het paleis van Achab en Johannes in het paleis van Herodes. Beiden hebben ze de haat van de vrouwen van deze heersers ondervonden. Beiden hebben ze aan het einde van hun dienst een inzinking gehad. Daarom wordt er ook gezegd dat Elia en Johannes in geestelijk opzicht dezelfde persoon zijn (Lk 1:17a17En hij zal voor Hem uitgaan in [de] geest en [de] kracht van Elia, om [de] harten van [de] vaders te doen terugkeren tot [de] kinderen en [de] ongehoorzamen in [de] wijsheid van [de] rechtvaardigen, om [de] Heer een toegerust volk te bereiden.; Mt 11:13-1413Want alle profeten en de wet hebben tot op Johannes geprofeteerd.14En als u het wilt aannemen, hij is Elia die zou komen.).

Daarenboven is Elia een beeld van de Heer Jezus, de grote Godsgezant. Christus is de grote Getuige van God. Hij heeft doden opgewekt op aarde. Hij heeft zegen voor arme heidenen, net als Elia, zoals we verderop zien, wanneer Elia in Sidon is. Hij heeft, evenals Elia, een offer gebracht op een berg, waarbij Hij Zelf het offer is.

We zien het beeld van de Heer Jezus als Elia op de berg Karmel staat, alleen tegenover de macht van de vijand, alleen met zijn offer. Het offer heeft Gods trouw aan Zijn volk getoond. Het offer wordt verteerd door het vuur van Gods oordeel. Daardoor wordt het volk gespaard en komt er weer zegen voor het volk. Dit optreden van Elia, het hoogtepunt van zijn dienst, is wel op treffende wijze een beeld van het werk van de Heer Jezus aan het kruis, waar Hij het oordeel droeg over de zonden van hen die Zijn volk zijn.

Verder zien we dat de Heer Jezus, net als Elia, veertig dagen in de woestijn is geweest. Hij heeft ook Zijn volgelingen geroepen, zoals Elia Elisa heeft geroepen. Hij is naar de hemel gegaan, wat ook met Elia is gebeurd.

Als ik een favoriet in het Oude Testament zou mogen hebben, is dat wel Elia. Ik heb grote bewondering voor deze man. Hij is in zichzelf niet anders is dan andere mensen (Jk 5:17a17Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.). Het is zelfs zo, dat van hem als enige oudtestamentische gelovige iets negatiefs in het Nieuwe Testament wordt gezegd. Van alle gelovigen in het Oude Testament die in het Nieuwe Testament worden genoemd, wordt alleen vermeld wat zij in het geloof hebben gedaan. Van Elia staat echter ook iets vermeld wat niet goed is. Hij heeft een keer het volk bij God aangeklaagd. Paulus verwijst daarnaar om aan te tonen dat God altijd een overblijfsel zal hebben naar de verkiezing van de genade (Rm 11:2-52God heeft Zijn volk niet verstoten dat Hij tevoren heeft gekend. Of weet u niet wat de Schrift zegt in [de geschiedenis van] Elia? Hoe hij Israël bij God aanklaagt:3‘Heer, Uw profeten hebben zij gedood, Uw altaren omgeworpen en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn leven’.4Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tot hem? ‘Ik heb Mij zevenduizend mannen doen overblijven, die hun knie voor Baal niet gebogen hebben’.5Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel naar [de] verkiezing van [de] genade.).

Wat hem bijzonder maakt, is dat hij een man van gebed en een man Gods is. Hij is iemand die voor Gods rechten opkomt en die rechten laat gelden in een omgeving waar die rechten worden prijsgegeven en met voeten worden getreden. Dit karakter en deze kenmerken maken hem voor God het geschikte instrument om Zijn profeet te zijn. Wij mogen van hem leren waartoe God in staat is als wij bidders zijn die Hem in het volle recht van Zijn Woord erkennen.


Elia verschijnt voor Achab

1En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: [Zo waar] de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!

Plotseling verschijnt hij op het toneel, Elia, de man uit Tisbe. Het wordt beschreven zonder het gebruikelijke ‘en het woord van de HEERE kwam tot …’. We weten niets van zijn afkomst, zijn familie, zijn opleiding. Alleen de plaats van herkomst wordt gegeven. Hij zal hier niet eigenmachtig zijn verschenen, maar in opdracht van God. Het is duidelijk dat hij in gemeenschap met God leeft.

We weten immers dat hij, voordat hij naar Achab gaat, heeft gebeden dat God op bovennatuurlijke wijze zal ingrijpen in Zijn volk. Hij heeft niet slechts een keer gebeden, maar vurig en aanhoudend, totdat hij de overtuiging heeft dat God hem zal geven waar hij om heeft gebeden. Daarmee openbaart hij Gods heiligheid en gerechtigheid. Met die overtuiging verschijnt hij voor Achab.

Hij dringt het paleis van Achab binnen en spreekt daar onverschrokken zijn boodschap. Zijn boodschap is kort. Zijn eerste woorden zijn een getuigenis aangaande God als “de HEERE, de God van Israël”. De God van Israël is de HEERE, Jahweh, en niet Baäl. De HEERE is ook de God Die leeft. Dit getuigenis is noodzakelijk in een omgeving waar de levende God is buitengesloten. Elia zegt ook nog: “Voor Wiens aangezicht ik sta.” Dit is een prachtige uitdrukking. We horen iets dergelijks ook uit de mond van Abraham, Elisa en Gabriël (Gn 24:4040Hij zei toen tegen mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn engel met u meesturen en Hij zal uw weg voorspoedig maken, zodat u voor mijn zoon een vrouw kunt nemen uit mijn geslacht en uit mijn familie.; 2Kn 3:1414Elisa zei: [Zo waar] de HEERE van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta: als ik geen rekening hield met Josafat, de koning van Juda, dan zou ik u niet [eens] aankijken en u niet willen zien.; Lk 1:1919En de engel antwoordde en zei tot hem: Ik ben Gabriël die voor God sta, en ben gezonden om tot u te spreken en u deze dingen te verkondigen.).

Elia is zich ervan bewust dat hij in Gods tegenwoordigheid is, dat hij bij God is. Wie zich daar bevindt, kan onbevreesd Zijn Woord spreken tot een machtige man als Achab, want deze grote koning verschrompelt in Gods tegenwoordigheid tot een nietig schepseltje. Er is geen enkele verlegenheid bij Elia in zijn optreden, of enige aarzeling in zijn woorden. Hij is overtuigd van Degene namens Wie hij hier voor Achab staat en namens Wie hij tot Achab spreekt.

Elia stelt vervolgens dat God Zich als de Levende zal openbaren door het volk de regen te onthouden. Hij zegt niet ‘zo zegt de HEERE’, maar hij spreekt met de autoriteit van God Zelf als hij zegt dat er geen regen zal zijn dan alleen op zijn woord, dat is het woord van Elia. Dit is geen aanmatiging, maar geloofsvertrouwen. Niets meer en niets minder dan die kracht, die overtuiging van het staan in Gods wil en het doorgeven van Zijn woorden, wordt gevraagd in tijden van het ergste verval.

God werkt door deze man ten gunste van Zijn volk. Is het dan genade om een dergelijke aankondiging van droogte en daarmee van hongersnood te doen? Ja. Elia kent Gods Woord en zodoende kent hij Gods gedachten. Hij heeft in Gods Woord gelezen dat er droogte komt als het volk ontrouw is (Lv 26:18-1918Als u dan ondanks [dit alles nog] niet naar Mij luistert, dan zal Ik u vanwege uw zonden zeven [keer] erger straffen.19Ik zal de trots op uw [eigen] kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.; Dt 11:16-1716Wees op uw hoede dat uw hart niet verleid wordt, zodat u afwijkt, andere goden dient en u voor hen neerbuigt.17Anders zal de toorn van de HEERE tegen u ontbranden en zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen [meer] zal zijn, de aardbodem zijn opbrengst niet [meer] zal geven en u spoedig verdwenen zult zijn uit het goede land dat de HEERE u geeft.; 28:23-2423Uw hemel, die boven uw hoofd is, zal van brons zijn, en de aarde, die onder u is, zal van ijzer zijn.24De HEERE zal stuifzand en stof geven als regen voor uw land. Uit de hemel zal het op u neerdalen, totdat u weggevaagd bent.). Hij heeft in zijn gebed aan God gevraagd dit woord waar te maken. Hij heeft gebeden zowel om het onthouden van regen als het geven ervan (Jk 5:17b-1817Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.18En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.).

Hij heeft ervoor gebeden omdat hij zo begaan is met het volk en zo ontdaan is over de oneer die God wordt aangedaan. God heeft hem duidelijk gemaakt op grond van dit woord te bidden en hij vertrouwt God op Zijn woord. Voor hem is God de levende God Die alleen gezag heeft over de regen (Jr 14:2222Zijn er onder de nietige [afgoden] van de heidenvolken die het laten regenen,
of kan de hemel regendruppels geven?
Bent U dat niet, de HEERE, onze God?
Wij zien naar U uit,
want al deze dingen doet U!
)
en niet de Baäl aan wie dit gezag door het ongeloof wordt toegekend. Hij spreekt dit woord, opdat het volk tot inkeer zal komen en zal terugkeren naar God en Zijn Woord.


Elia bij de beek Krith

2Daarna kwam het woord van de HEERE tot hem: 3Ga weg vanhier, keer u naar het oosten en verberg u bij de beek Krith, die aan de overzijde van de Jordaan [stroomt]. 4En het zal gebeuren dat u uit de beek zult drinken. Verder heb Ik de raven geboden om u daar te onderhouden. 5Hij ging dan [op weg] en deed overeenkomstig het woord van de HEERE. Hij ging wonen bij de beek Krith, die aan de overzijde van de Jordaan [stroomt]. 6En de raven brachten hem 's morgens brood en vlees en 's avonds brood en vlees, en hij dronk uit de beek.

Elia verdwijnt even plotseling van het toneel als hij erop is verschenen. Na het brengen van zijn boodschap komt het woord van de HEERE tot hem. Hij moet zich verbergen op een plek waar God voor hem zal zorgen. Het lijkt er niet op dat hij zich al direct verbergt voor Achab. Het is voorstelbaar dat Achab pas later naar hem op zoek gaat, als de uitwerking van zijn gebed duidelijk wordt. Elia gehoorzaamt en gaat naar de plek die God hem heeft gezegd. In de teruggetrokkenheid vormt God Zijn dienaar.

Openlijk optreden stelt de dienaar bloot aan het gevaar van zelfverheffing. Bij God in de verborgenheid heeft hij niemand anders dan God. Hier leert hij zichzelf in Gods tegenwoordigheid zien en leert hij Wie God is voor hem. Er is “een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken” (Pr 3:7b7een tijd om stuk te scheuren
en een tijd om dicht te naaien,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken;
)
. Voor Elia is de tijd om te zwijgen nu gekomen, tot de volgende aanwijzing van God komt om weer te spreken. Het is een tijd van verdere voorbereiding op zijn dienst in de openbaarheid die we in het volgende hoofdstuk zien, als hij voor het hele volk staat. Ook andere dienaren hebben een dergelijke periode gekend. We zien het bij Mozes, David, Johannes de doper, Paulus en ook bij de Heer Jezus.

De HEERE voorziet Elia van brood en vlees door middel van onreine vogels, raven, en van water uit de beek. De profeet Obadja, zo zien we in het volgende hoofdstuk, voorziet honderd profeten van de HEERE van brood en water (1Kn 18:44Het was namelijk gebeurd, toen Izebel de profeten van de HEERE uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam en ze per vijftig man in een grot verborg en hen met brood en water onderhield.). Raven zorgen niet voor hun jongen, maar God onderhoudt ze (Ps 147:99Die aan het vee zijn voedsel geeft
en aan de jonge raven wanneer zij roepen.
; Jb 39:33Wie bereidt voor de raaf zijn voedsel,
als zijn jongen om hulp roepen tot God,
[als] zij ronddwalen omdat er geen eten is?
)
. In Zijn soevereiniteit zet Hij echter de raven in voor anderen (vgl. Ps 50:1111Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.
)
. Zo heeft Hij altijd middelen ter beschikking om de Zijnen te voorzien van wat zij nodig hebben, zelfs al handelen die middelen daarin tegen hun natuur. De wijze waarop God voor Elia zorgt, is tegelijk een schande voor Israël. Blijkbaar is er niemand in Israël die voor de profeet wil zorgen.

Het brood en het vlees dat de raven hem brengen, spreekt van de Heer Jezus. Hij is “het brood van het leven” (Jh 6:3535Jezus zei tot hen: Ik ben het brood van het leven; wie tot Mij komt, zal nooit meer honger hebben; en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.). De Heer Jezus zegt van het ‘brood’ ook het volgende: “En het brood dat Ik zal geven, is Mijn vlees <dat Ik zal geven> voor het leven van de wereld” (Jh 6:51b51Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is Mijn vlees <dat Ik zal geven> voor het leven van de wereld.). In Johannes 6 stelt Hij Zichzelf voor als het voedsel dat het middel is dat ons bevrijdt van alles wat onder de dood ligt. Als we uit Hem leven, worden we daarvan vrij. Dat kunnen wij leren uit wat Elia hier beleeft.

Drie keer heeft Elia de bijzondere voorzieningen van Gods zorg voor zijn onderhoud ervaren: hier bij de beek Krith door de raven, verderop in dit hoofdstuk bij de weduwe door het meel en de olie die niet opraken en in 1Koningen 19 waar de Engel van de HEERE hem een koek en water geeft (1Kn 19:5-85Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een engel raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet.6Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen.7De engel van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn.8Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.).


Elia moet naar een weduwe in Zarfath

7En het gebeurde na verloop van vele dagen dat de beek uitdroogde, want er was geen regen in het land [gevallen]. 8Toen kwam het woord van de HEERE tot hem: 9Sta op, ga naar Zarfath, dat aan Sidon toebehoort, en woon daar. Zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden om u te onderhouden.

Elia leert hoe trouw God is in Zijn zorg voor hem. Toch droogt de beek uit. Het algemene oordeel dat hij over Israël heeft uitgesproken, treft ook hemzelf. Hij is ook deel van het volk. Tevens is hij een beeld van het gelovig overblijfsel van Israël in de eindtijd, en de drieënhalf jaar droogte is een beeld van de grote verdrukking die ook drieënhalf jaar zal duren. Het gelovig overblijfsel zal voor een periode van drieënhalf jaar naar de woestijn vluchten en daar van voedsel worden voorzien (Op 12:1414En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven, opdat zij in de woestijn zou vliegen naar haar plaats, waar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten [het] gezicht van de slang.), zoals Elia gedurende die tijd door de HEERE van voedsel wordt voorzien.

Verder leren we hier de les dat God ons wel een keer iets kan gegeven, maar dat dit niet betekent dat dit altijd zo blijft. We kunnen onszelf nooit tevreden stellen met wat we van Hem hebben gekregen en daar voor altijd een claim op leggen. Het gevaar is steeds aanwezig dat we ons hechten aan de zegeningen, terwijl God wil dat wij ons aan Hém hechten. De les is dat wij niet zullen vertrouwen op de gaven, maar op de Gever. Elia moet leren vertrouwen op iets wat nooit ophoudt: Gods zorgende trouw, die blijkt uit het meel en de olie, zoals we dadelijk zien.

De beek droogt op, maar de bronnen die in God Zelf aanwezig zijn, drogen nooit op. Hij heeft al een nieuw onderkomen voor Elia geregeld, in Zarfath, ca. honderddertig kilometer van de beek verwijderd. Elia komt in een huisgezin waar hij als het ware in de volgende klas van zijn vorming door God wordt geplaatst. In dit huisgezin kunnen we een beeld zien van een plaatselijke gemeente. Om in de openbaarheid te kunnen treden en een dienst te doen, is vorming in de plaatselijke gemeente van groot belang. Het gaat in de dienst voor de Heer niet om een theologische scholing, maar om vorming in de praktijk van gemeente zijn, waarbij ieder lid van belang is voor de vorming van elk ander lid.

Waar Elia terechtkomt, lijkt niet een plaats te zijn waardoor direct zijn problemen zijn opgelost. Het is daarmee wel een plaats waar God des te meer Zijn macht en liefde verder kan bewijzen. Dat doet Hij altijd waar niets is. God gebruikt een weduwe in Zarfath in Sidon. Sidon is de plaats waar Izebel vandaan komt en waar ook nog eens de gevolgen van de droogte merkbaar zijn. Aan een dergelijke plaats zou een dienaar zelf niet denken.

Deze opdracht moet voor Elia dan ook wonderlijk zijn geweest. Maar anders dan Jona, die naar een plaats moet gaan waar hij niet heen wil en daarom op de vlucht gaat voor de HEERE (Jn 1:33Maar Jona stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs [voor de overtocht] en ging aan boord om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE.), gaat Elia wel. Op die plaats van uiterste boosheid wil God Zijn dienaar verder vormen. Tegelijk wordt ook de vrouw gevormd. Er is een wisselwerking.


Een beetje meel en een beetje olie

10Vervolgens stond hij op en ging naar Zarfath. Toen hij bij de ingang van de stad kwam, zie, daar was een weduwvrouw hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar en zei: Haal toch een beetje water voor mij in deze kruik, zodat ik kan drinken. 11Toen zij [op weg] ging om het te halen, riep hij haar na en zei: Breng toch [ook] een stuk brood voor mij mee. 12Maar zij zei: [Zo waar] de HEERE, uw God, leeft! Ik heb geen broodkoek [meer], behalve een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik! En zie, ik ben een paar stukken hout aan het sprokkelen. Zodra ik [thuis] kom, ga ik het voor mij en voor mijn zoon klaarmaken. Daarna zullen we het opeten en sterven. 13Maar Elia zei tegen haar: Wees niet bevreesd! Ga, doe overeenkomstig uw woord, maar maak er eerst voor mij een kleine koek van en breng die bij mij. Maak daarna voor u en voor uw zoon [iets] klaar. 14Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken en in de kruik zal het aan olie niet ontbreken tot op de dag dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal. 15Zij ging en deed overeenkomstig het woord van Elia. Zo at zij, en hij, en haar gezin, [vele] dagen. 16Het meel in de pot raakte niet op en in de kruik ontbrak het niet aan olie, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat Hij door de dienst van Elia gesproken had.

Bij de poort van de stad ontmoet Elia de weduwe en stelt haar een vraag om te weten of zij de vrouw is die de HEERE heeft bedoeld (vgl. Gn 24:1414Laat het zo zijn dat het meisje tegen wie ik zeg: Laat toch de kruik van uw schouder zakken, zodat ik kan drinken, en dat zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kamelen te drinken geven, dat zij het meisje is dat U voor Uw dienaar Izak bestemd hebt. Daaraan zal ik dan weten dat U mijn heer goedertierenheid bewezen hebt.). De vrouw op haar beurt herkent hem. De test maakt duidelijk dat er bij deze vrouw geloof is, in tegenstelling tot de vele weduwen in Israël tot wie Elia niet kon worden gezonden (Lk 4:25-2625Ik zeg u echter naar waarheid: er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israël, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood was over het hele land,26en tot niemand van hen werd Elia gezonden, maar wel naar Sarepta bij Sidon, tot een vrouw, een weduwe.). Dat zij gelooft, horen we uit wat ze over de HEERE zegt. Ze spreekt over Hem als Degene Die leeft.

Het lijkt erop dat ze kan voldoen aan de vraag van Elia om wat water. Ze gaat in elk geval weg om water te halen. Als Elia echter ook om brood vraagt, moet de weduwe antwoorden dat ze niets in huis heeft dan alleen een beetje meel en een beetje olie. Deze erkenning van de werkelijkheid is precies wat God kan gebruiken.

Ze weigert niet het voor Elia te gebruiken, maar zegt dat dit het laatste is wat ze heeft voor haar zoon en zichzelf en dat zij beiden na het gebruik daarvan zullen moeten sterven. Er is bij haar niets van de geest van Nabal die op het verzoek van David om iets van zijn rijkdom aan hem te geven, als antwoord geeft: “Zou ik dan mijn brood, mijn water en mijn vlees nemen, … en zou ik het aan mannen geven van wie ik niet weet waar zij vandaan komen?” (1Sm 25:1111Zou ik dan mijn brood, mijn water en mijn vlees nemen, dat ik voor mijn schaapscheerders geslacht heb, en zou ik het aan mannen geven van wie ik niet weet waar zij vandaan komen?).

Elia zegt tegen haar het voor hem te gebruiken, nadat hij haar heeft gerustgesteld met de woorden “wees niet bevreesd”. Hij belooft haar in de Naam de HEERE, de God van Israël, dat het meel en de olie niet zullen opraken. Hij noemt de Naam van de God van Israël in het door en door heidense Sidon. Gods Naam klinkt het helderst uit de mond van een mens Gods die zich bevindt in een omgeving waar de grootste duisternis heerst.

De weduwe neemt het woord van de profeet aan en gelooft dat ze er niet bij verliezen zal. Zij die God vertrouwen, zullen zonder bezwaar te maken het beetje dat zij hebben aan Hem ter beschikking stellen. Zij die met God handelen, zullen eerst Zijn koninkrijk zoeken. Ze zullen dat doen in het geloof dat de andere dingen hun dan erbij gegeven zullen worden (Mt 6:3333Zoekt echter eerst het koninkrijk <van God> en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.). Gelukkig zijn zij die tegen hoop op hoop blijven geloven en die gehoorzamen in vertrouwen op Gods voorzieningen.

Dit is wat God wil: dat wij met het weinige dat wij hebben naar de Heer Jezus gaan. Het is, zoals iemand eens zei: ‘Weinig wordt veel als God erachter staat.’ We zien dat ook bij de wonderbare spijziging. Wat betekenen een paar broden en een paar vissen voor zoveel duizenden mensen (Jh 6:99Hier is een jongen die vijf gerstebroden en twee vissen heeft, maar wat is dat op zovelen?)? Geef het maar aan de Heer. Hij deelt ervan uit, zodat ieder wordt verzadigd en er zelfs nog overblijft voor anderen (Mt 14:2020En zij aten allen en werden verzadigd. En zij namen het overschot van de brokken op, twaalf korven vol.).

Als we het huis van de weduwe mogen zien als een plaatselijke gemeenschap van gelovigen vol zwakheid, dan geeft dit tafereel ons een bemoediging. We zien dat God daar toch wil werken door middel van het weinige dat er is. Het is “de dag van de kleine dingen” (Zc 4:1010Want wie veracht de dag van de kleine dingen,
terwijl die zeven blij zijn
als zij het tinnen gewicht zien in de hand van Zerubbabel?
Die [zeven] zijn de ogen van de HEERE,
die over heel de aarde trekken.
)
en van “kleine kracht” (Op 3:88Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand kan sluiten; want u hebt kleine kracht en hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend.).

De volle kracht van de Heilige Geest van het begin, toen Hij werd uitgestort (Hd 2:1-41En toen de dag van het Pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.2En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind en deze vulde het hele huis waar zij zaten.3En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen.4En zij werden allen vervuld met [de] Heilige Geest en ze begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.), is er ook vandaag nog steeds (1Ko 2:1212En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn.; Gl 5:16,2516Maar ik zeg: wandelt door [de] Geest, en u zult [de] begeerte van [het] vlees geenszins volbrengen.25Als wij door [de] Geest leven, laten wij ook door [de] Geest wandelen.), maar wordt door de ontrouw van de gemeente niet meer ten volle verwerkelijkt. Toch is er nog steeds “een handvol”, “een beetje”. Dat zal nooit verdwijnen zolang de gemeente op aarde is en er plaatselijk gelovigen zijn die geloven in de Heer Jezus en Zijn werk en in de kracht van de Geest.

Het meel en de olie worden vermenigvuldigd. Deze vermenigvuldiging vindt plaats door het meel en de olie te gebruiken. De vrouw ondervindt de waarheid van het woord: “Er zijn er die mild uitdelen en nog meer ontvangen” (Sp 11:24a24Er zijn er die mild uitdelen en nog meer ontvangen,
en [er zijn er] die meer inhouden dan rechtmatig is, maar het is tot gebrek.
)
. Het tegenovergestelde is ook waar. Er kan overvloed zijn, maar als die tot eigen nut wordt gebruikt, zal God erin blazen en wordt het weinig (Sp 11:24b24Er zijn er die mild uitdelen en nog meer ontvangen,
en [er zijn er] die meer inhouden dan rechtmatig is, maar het is tot gebrek.
; Hg 1:99U rekent op veel, maar zie, het wordt weinig.
Wat u in huis bracht, daar blies Ik in.
Waarom? spreekt de HEERE van de legermachten.
Vanwege Mijn huis, dat verwoest ligt,
terwijl u zich uitslooft, ieder voor zijn eigen huis.
; 2:1717Kwam voordien [iemand] bij een [koren]hoop van twintig [maten],
dan waren er [maar] tien,
kwam hij bij de perskuip om vijftig [maten] uit de [wijn]pers te scheppen,
dan waren er [maar] twintig.
)
.

De weduwe ontvangt een profeet in de naam van een profeet en ontvangt daarvoor het loon van een profeet (Mt 10:4141Wie een profeet ontvangt in naam van een profeet, zal [het] loon van een profeet krijgen; en wie een rechtvaardige ontvangt in naam van een rechtvaardige, zal [het] loon van een rechtvaardige krijgen.). Ze zal zich er niet over hebben beklaagd dat er zo weinig is, want ze ervaart dag aan dag de aanwezigheid ervan en daar leeft ze van. Ze zal zich elke dag erover hebben verbaasd dat het er nog steeds is.

Het meel en de olie kunnen we geestelijk toepassen. Het meel kunnen we zien als een beeld van de Heer Jezus als Mens. Meel wordt gebruikt voor het spijsoffer (Lv 2:11Wanneer een persoon de HEERE een graanoffer als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er wierook op leggen.). Olie is een beeld van de Heilige Geest (1Jh 2:20,2720En u hebt [de] zalving vanwege de Heilige en u weet alles.27En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals Zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft u in Hem.). De Mens Christus Jezus, Die God in het vlees geopenbaard is, heeft Zich op aarde volkomen door de Geest laten leiden. De Heer Jezus is door de Heilige Geest verwekt (Lk 1:3535En de engel antwoordde en zei tot haar: [De] Heilige Geest zal over u komen en [de] kracht van [de] Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal dat Heilige Dat geboren zal worden, Gods Zoon worden genoemd.) en met Hem gezalfd (Hd 10:3838[met] Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met [de] Heilige Geest en met kracht. Hij is [het land] doorgegaan, terwijl Hij goeddeed en allen gezond maakte die door de duivel waren overweldigd, want God was met Hem.). Het spijsoffer is ook blootgesteld aan het vuur (Lv 2:2,9,142Dan moet hij het naar de zonen van Aäron, de priesters, brengen. En [een] van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende wierook, en de priester moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.9De priester moet [een deel] van dat graanoffer [als] gedenkoffer ervan omhoogheffen en op het altaar in rook laten opgaan. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.14En wanneer u de HEERE een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels van vers graan.). Daarin zien we het beeld dat Hij, de ware aan God toegewijde Mens, op het kruis het vuur van Gods oordeel heeft ondergaan.

Al is er bij ons maar een klein beetje besef van de volmaaktheid van de Heer Jezus en al is er maar een beetje besef van de kracht van de Heilige Geest, als we met dit besef naar dé Man Gods, de Heer Jezus gaan, gaat Hij ermee aan het werk. Het besef van kleine kracht en het vasthouden aan de Naam van de Heer Jezus zijn kenmerken van de gemeente in Filadelfia (Op 3:88Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand kan sluiten; want u hebt kleine kracht en hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend.).

Te midden van het algemene verval in de christenheid is het toch mogelijk om Gods gedachten in praktijk te brengen, al is het maar met enkelen die in zichzelf zo zwak zijn. Als bemoediging zegt de Heer: “Ik kom spoedig” en roept Hij op: “Houd wat u hebt” (Op 3:1111Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.).


De zoon van de weduwe sterft

17Het gebeurde na deze dingen dat de zoon van deze vrouw, de vrouw des huizes, ziek werd. Zijn ziekte werd zeer ernstig, totdat er in hem geen adem overbleef. 18Toen zei zij tegen Elia: Hoe heb ik het [nu] met u, man Gods? Bent u bij mij gekomen om mijn ongerechtigheid in herinnering te brengen en om mijn zoon te doen sterven?

Het is een klein, maar gelukkig gezelschap, daar in dat huis in Zarfath. In deze tijd van schaarste hebben ze steeds te eten, want de man Gods heeft er zijn intrek genomen. Dan komt in dat huis de beproeving. Het is de volgende klas in de school van God. Als we mogen aannemen dat Elia een jaar bij Krith is geweest en twee jaar bij de weduwe, kunnen we die drie jaar als lesjaren in de school van God zien.

Het eerste jaar, de eerste klas, is bij Krith. Het tweede jaar, de tweede klas, is bij de weduwe om te leren dat het weinige meel en de weinige olie toereikend zijn in dagen van de grootste zwakheid. Nu komt het derde jaar, de derde klas, met daarin de les van dood en opstanding. Na de oefening in de verborgenheid bij Krith en de vorming in het gezin, de gemeente, leren we nu dat de grondslag van zegen en leven is gelegen in de dood en de opstanding.

De enige zoon van de weduwe wordt ziek en sterft. Dat maakt het huis leeg. Het is niet alleen een beproeving voor de vrouw, maar ook voor Elia. Deze diep ingrijpende gebeurtenis brengt de vrouw tot een hernieuwd bewustzijn van Gods hand in haar leven. Ze wordt herinnerd aan een zonde, waarvan zij de last blijkbaar nog niet kwijt was.

Dat kan ons ook overkomen. Er zijn dingen die gebeuren waarin we ons ineens in Gods tegenwoordigheid geplaatst zien. Door een plotseling voorval kan God ons tot stilstand brengen en direct schiet ons een zonde te binnen die we gedaan hebben, maar die we hebben weggestopt of zijn vergeten en die we nog niet hebben beleden. God bewerkt dat om gelegenheid te geven die zonde alsnog te belijden.

De vrouw spreekt Elia aan met “man Gods”. Ze weet dat hij dat is. Door hem heeft ze God leren kennen als Onderhouder, Iemand Die voor haar zorgt. Maar nu gaat ze door hem God op een bijzondere manier leren kennen en wel als de God van de opstanding. Elia is in dit huis een beeld van de Heer Jezus door Wie we God leren kennen als de God van de opstanding en nieuw leven.


De zoon wordt levend

19Maar hij zei tegen haar: Geef mij uw zoon. Hij nam hem van haar schoot en droeg hem naar boven naar het bovenvertrek, waar hijzelf woonde, en hij legde hem neer op zijn bed. 20Hij riep de HEERE aan en zei: HEERE, mijn God, hebt U dan ook deze weduwe, bij wie ik als vreemdeling verblijf, zoveel kwaad gedaan dat U haar zoon gedood hebt? 21En hij strekte zich driemaal over het kind uit en riep de HEERE aan, en zei: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren. 22De HEERE luisterde naar de stem van Elia en de ziel van het kind keerde in hem terug, en het werd weer levend. 23Elia nam het kind op, bracht het vanuit het bovenvertrek naar beneden in huis, en gaf het aan zijn moeder. Toen zei Elia: Zie, uw zoon leeft. 24Toen zei die vrouw tegen Elia: Nu weet ik dat u een man Gods bent en dat het woord van de HEERE in uw mond waarheid is.

Elia luistert naar haar nood en zegt tegen haar: “Geef mij uw zoon.” Zo zegt de Heer Jezus tegen ons: ‘Geef Mij jouw probleem’, zoals Hij ook eens tegen een wanhopige vader zei dat deze zijn zoon bij Hem moest brengen (Mk 9:19b19Hij nu antwoordde hun en zei: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem bij Mij.). Tegelijk neemt Elia de zoon uit haar schoot. Hij maakt de jongen los van de natuurlijke verbinding die tussen de jongen en zijn moeder bestaat. Zijn moeder kan hem niet meer helpen. Al het natuurlijke waarop een mens kan steunen, moet eerst worden weggenomen, wil God door Zijn levendmakende kracht Zijn werk kunnen doen.

Elia brengt de jongen naar zijn bovenvertrek. Later brengt ook de Sunamitische haar zoon naar een bovenvertrek (2Kn 4:2121Zij ging naar boven en legde hem op het bed van de man Gods; daarna sloot zij [de deur] achter hem en ging naar buiten.); daar leggen nog weer later de gelovigen ook Dorkas (Hd 9:3737Het gebeurde nu in die dagen, dat zij ziek werd en stierf; en nadat zij haar hadden gewassen, legden zij haar in een bovenzaal.); daar wordt ook Eutychus teruggebracht, nadat hij uit het raam van de bovenzaal is gevallen (Hd 20:8-128Nu waren er vele lampen in de bovenzaal waar wij vergaderd waren.9En een jongeman genaamd Eutychus zat in het venster en werd door een diepe slaap bevangen, toen Paulus lang sprak; en door de slaap bevangen viel hij van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgenomen.10Paulus echter kwam naar beneden, wierp zich op hem, sloeg zijn armen om hem heen en zei: Maakt geen misbaar, want zijn ziel is in hem.11En hij ging naar boven, brak het brood en at, en hij praatte lang [met hen], tot aan [de] dageraad, en zo vertrok hij.12En zij brachten de jongen levend [terug] en werden buitengewoon vertroost.). Een bovenvertrek is een plaats boven de aarde, waar zij die daar zijn als het ware bij God zijn. Elia legt hem op zijn bed, zijn doodsbed om zo te zeggen. Dan strekt hij zich over hem uit, waardoor hij zich symbolisch een met hem maakt. Hij doet dat tot drie keer toe.

Elk nieuw leven is gegrond op het feit dat de Heer Jezus ons probleem van de zonden tot het Zijne heeft gemaakt op het kruis. Ook alle daarop volgende problemen die zich in ons leven kunnen voordoen, worden door Hem tot de Zijne gemaakt in Zijn dienst in de hemel als Hogepriester en Voorspraak. Zoals Elia tot God roept, zo bidt Christus voor ons.

Elia bidt vurig tot God om het kind weer in het leven terug te brengen. Vóór dit geval lezen wij niet van iemand die uit de dood tot het leven teruggebracht is. Dat maakt het geloof van Elia in God als de God van de opstanding des te opmerkelijker. Hij is een voorbeeld voor ons in zijn geloof in de macht van God over de dood. Hij is echter geen voorbeeld voor ons om ook te bidden voor de opwekking van een dode. Zo heeft David niet verwacht dat hij zijn kind door bidden en vasten terug kon brengen tot het leven (2Sm 12:2323Maar nu is het dood; waarom zou ik nu vasten? Zal ik hem nog terug kunnen halen? Ik zal wel naar hem toe gaan, maar hij zal niet bij mij terugkomen.). Elia heeft een macht om wonderen te werken die David niet had.

Als Elia God aanroept als zijn persoonlijke God, luistert God naar de stem van Elia en brengt uitkomst. Hij hergeeft het leven en bevestigt hiermee Elia als de man die dingen herstelt. Elia geeft het kind terug aan zijn moeder. Hij is de profeet die de relatie tussen de geslachten herstelt en de harten van ouders tot de kinderen doet gaan en de harten van kinderen tot de ouders (Ml 4:5a,6a5Zie, Ik zend tot u
de profeet Elia,
voordat de dag van de HEERE komt,
die grote en ontzagwekkende [dag].
6Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen,
en het hart van de kinderen tot hun vaders,
opdat Ik niet zal komen
en de aarde met de ban zal slaan.
)
. Dit wil God ook bij ons doen als wij door een probleem, van welke aard ook, niet meer tot Zijn eer kunnen leven.

Het gebed van Elia is duidelijk: “Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.” Hierin zien we duidelijk het bestaan van de ziel in een toestand los van het lichaam, wat tevens een bewijs is dat de ziel na de dood niet sterft. De HEERE verhoort het gebed. Als resultaat erkent de vrouw dat Elia een man Gods is. Wij zullen ook alle eer geven aan de Heer Jezus als we zo Zijn macht om leven te geven hebben ervaren. Zo wordt de dood van dit kind, evenals later die van Lazarus (Jh 11:44Toen nu Jezus dit hoorde, zei Hij: Deze ziekte is niet tot [de] dood, maar ter wille van de heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God erdoor wordt verheerlijkt.), een aanleiding om God te verheerlijken en Zijn profeet te eren.


Lees verder